Rekenapparatuur in een gebouw waar niemand werkt, stelt eisen die een datacenter niet heeft. De architectuur is daar vanaf het begin op ontworpen: een node accepteert geen inkomende verbindingen en haalt zijn werk zelf op.
Een node in een onbemand pand is fysiek slechter te beschermen dan een rack in een bemand datacenter. Daarom is hij ontworpen als een apparaat dat niets aanbiedt: er is geen poort die openstaat en geen beheerinterface die vanaf internet te bereiken is.
Een nieuwe node meldt zich bij het platform met een activatiecode. Pas daarna kent het platform hem en kan hij werk ontvangen.
De node vraagt periodiek of er werk voor hem is en stuurt elke dertig seconden een teken van leven. Het platform zet geen verbinding op naar de node.
Een taak wordt opgehaald, uitgevoerd en teruggerapporteerd. Daarna is er geen reden meer voor de node om iets te bewaren.
Twee klassen, omdat het werk verschilt. De lichte klasse is klein, verbruikt bescheiden en staat altijd aan; de zware klasse is gebouwd voor rekenintensief werk en komt alleen op locaties met veel beschikbaar vermogen.
Een account met een sleutel en een tegoed. Werk wordt ingediend als container, het platform kiest een node die bij het type werk past, en het verbruik wordt gemeten en afgerekend. Geen reservering van hele machines, geen maandcontract voor capaciteit die stilstaat.
Mist u iets in dit overzicht, of wilt u het ontwerp tegen uw eigen eisen leggen? Dat gesprek voeren we graag, ook als het eindigt met de conclusie dat het nog niet past.
info@siligrid.nl